Home » Maatschappelijke partners » blog » West-Afrika betaalt de prijs voor Europese cocaïneverslaving

West-Afrika betaalt de prijs voor Europese cocaïneverslaving

Gepubliceerd op 6 januari 2020 om 13:20

Via de populaire drugsroute Highway 10, die van Zuid-Amerika naar West-Afrika loopt, worden tonnen cocaïne naar Europa vervoerd. Met grote gevolgen voor de regio. ‘De handel in drugs neemt zulke proporties aan dat het de volksgezondheid, vrede en stabiliteit in West-Afrika bedreigt.’

Abidjan, Ivoorkust. Voor de ingang van een fumoir (speciale rokersgelegenheid) staan drie jonge mannen zakjes cocaïne te verdelen, binnen zitten twintig oudere mannen met bloeddoorlopen ogen en bruine tanden. Er ligt een spiegel op tafel en ze geven elkaar een joint door. De wildgroei van deze fumoirs is een neveneffect van de tonnen cocaïne die, bestemd voor Europa, jaarlijks aankomen in West-Afrikaanse havens.

Gonzagueville is een van de armste wijken van de Ivoriaanse havenstad Abidjan. Het ligt ingebed tussen de internationale luchthaven, de zeehaven Port-Bouët en een snelweg. Achter die snelweg ligt een strook braakliggend land, en daarnaast begint de oceaan en liggen tankers voor anker.

 

In Gonzagueville hebben we ‘s ochtends afgesproken met Arthur, een rijzige Ivoriaan die door het leven gaat onder de bijnaam Grand-Mère. Grand-Mère leidt de Ivoriaanse lhbti-beweging, verkiest met ‘zij’ aangesproken te worden en ontfermt zich over de drugsverslaafden in haar wijk.

Ze heeft een bezoek kunnen regelen aan een fumoir, een plek zoals er hier honderden bestaan, waar Ivoriaanse mannen cannabis, crack of heroïne kopen en ter plaatse gebruiken. Om naar binnen te mogen, heb je toestemming nodig van de Babatché, ‘machtige vader’ in het Malinké. De Babatché zorgt niet alleen dat zijn fumoir bevoorraad wordt met drugs van enige kwaliteit, hij verzekert ook dat zijn gebruikers geen overlast veroorzaken in de buurt. Hij doet schenkingen aan de buurtschool, slaagt erin goede relaties te onderhouden met de politie of de gendarmerie, die elke dag langskomen om hun commissie op te halen. Zodra je de hand van de Babatché hebt gedrukt, zou je niets mogen overkomen.

 

In de hoofdstraat van Gonzagueville worden we samen met Grand-Mère opgepikt door de contactpersoon die de Babatché heeft gestuurd. Na een wandeling van tien minuten komen we aan op een open plek tussen de huizen. Onder een baobab staat een geïmproviseerde tent die is afgeschermd met een paarse doek en gordijnen van bamboe. Voor de ingang staan drie jonge mannen in chique kleding zakjes cocaïne te verdelen.

Binnen zitten twintig oudere mannen met bloeddoorlopen ogen en bruine tanden. Er ligt een gebroken spiegel op een tafel. Ze geven een joint van twintig centimeter door en kijken ons aan met een mix van gastvrijheid en argwaan. Een man met grijze baard en pet prevelt: ‘Als ik kies om te roken, doe ik dat. Je moet je eigen keuzes maken, doen wat je moet doen, of het nu goed is of slecht.’

Crack geeft een snelle rush, gevolgd door een diepe crash. Het is de meest verslavende vorm van cocaïne. Als kippen scharen de aanwezige gebruikers zich rond twintig nieuw gearriveerde dosissen. Een van de jongeren die ons in de gaten houden bij de ingang moet de Babatché zijn, maar we komen nooit te weten wie het is. Fumoirs zijn soms zo groot dat ze driehonderd gebruikers tegelijk kunnen ontvangen. Sommigen doen tegelijk dienst als groente- of kippenmarkt, en ééntje in het centrum van Abidjan heeft een binnentuin met wietplantage.

 

Recent onderzoek van Médecins du Monde toont aan dat tbc vijftig maar en hiv bijna driemaal zo veel voorkomt in fumoirs als erbuiten. Medewerkers van de ngo die we spraken, wijten dat laatste aan het grote aantal mannelijke sekswerkers dat je er aantreft. Grand-Mère, zelf ook sekswerker, beaamt dat: ‘Ieder heeft zijn eigen verhaal, maar heel vaak bieden cliënten veel meer geld als je ermee akkoord gaat samen met hen te snuiven.’

 

De cocaïne die in Abidjan achterblijft

 

De wildgroei van fumoirs in het hele land, maar vooral in Abidjan, is volgens velen een bij-effect van de tonnen cocaïne die jaarlijks in de haven van Abidjan aankomen. Het grootste deel vaart door naar Europa, maar wat achterblijft, moet aan de man gebracht worden. Sommigen beweren dat het aantal fumoirs in de stad meedeint met de Europese vraag. De naar schatting honderden fumoirs doen er dienst als een netwerk van gebruiks- en verdeelcentra voor zowel crack als pure blanche, witte cocaïne, voor wie het zich kan permitteren. Met prijzen die de enorme kloof tussen arm en rijk respecteren: een portie crack kost omgerekend 3 euro, een gram cocaïne net geen 70.

Niet alleen Abidjan; ook Dakar, Bissau, Cotonou en Lomé zijn tussenstops voor cocaïne op weg naar Europa. De route van Zuid-Amerika naar West-Afrika staat bij anti-drugsbrigades bekend als Highway 10, verwijzend naar de tiende breedtegraad. Over die breedtegraad werden enkele eeuwen geleden miljoenen gevangengenomen slaafgemaakten naar Amerika verscheept. Nu is ze in omgekeerde richting een van de favoriete trajecten voor Zuid-Amerikaanse drugskartels.

Antonio Mazzitelli, vertegenwoordiger in Dakar van het VN-orgaan dat toeziet op wereldwijde drugsmisdaad (UNODC), toont aan dat de route pas rond de eeuwwisseling in gebruik werd genomen, nadat de monitoring van schepen tussen Europa en Zuid-Amerika aanscherpte. De kartels gingen in zee met Nigeriaanse netwerken die in de decennia ervoor expertise hadden opgebouwd in het smokkelen van heroïne naar de VS. De Zuid-Amerikanen konden vanuit West-Afrika sneller inspelen op de vraag uit Europa. De Nigeriaanse netwerken zorgden voor de nodige politiek-militaire connecties ter plaatse, waardoor de Zuid-Amerikanen ongestoord hun gang konden gaan.

Highway 10 beleefde haar hoogtijdagen in 2007, toen naar schatting 70 ton cocaïne door West-Afrika passeerde. Na enkele belangrijke politieoperaties en arrestaties viel dit terug tot 40 ton per jaar. Maar het lijkt erop dat de route opnieuw aan belang wint.

In maart dit jaar werd in Guinee-Bissau voor het eerst in tien jaar opnieuw een drugsvangst gedaan. In een vistruck met bestemming Mali vond de politie 800 kilogram cocaïne. In Dakar werd begin deze zomer in één week meer dan 1000 kilo cocaïne onderschept op verschillende transporten. En in Kaapverdië werd in één klap 9600 kilogram ontdekt op een schip met Panamese vlag.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.